Aardgas is een fossiele brandstof, wat betekent dat er CO2 vrijkomt wanneer het verbrand wordt en de voorraad eindig is. De uitstoot van CO2 zorgt voor klimaatverandering, en dat willen we tegengaan. In 2015 zijn daarom internationale afspraken gemaakt om minder CO2 uit te stoten. 

Op dit moment zijn bijna alle Nederlandse woningen nog aangesloten op het gasnet, samen zijn zij een grote bron van CO2-uitstoot. Onze overheid heeft besloten dat de energievoorziening in ons land in 2050 volledig duurzaam moet zijn. Dat lijkt ver weg, maar er moeten voor die tijd serieuze stappen genomen worden om voor die tijd van het aardgas af te gaan.  

Iedere verbouwing biedt kansen 

Het is niet nodig om in één keer je huis gereed te maken voor het wonen zonder aardgas. Bewoners van wijken die van aardgas af gaan krijgen genoeg tijd om zich erop voor te bereiden, en het grootste deel van de wijken is ook pas na 2030 aan de beurt. 

De wijken die voor 2030 aan de beurt zijn krijgen van de gemeente alternatieven voor aardgas aangeboden, een huis verwarmen kan namelijk ook met een warmtenet/stadsverwarmingof een elektrische warmtepomp.  

Natuurlijk is het niet nodig om te wachten op je gemeente. Het is nooit te vroeg om te beginnen, vooral isoleren is daarbij een goed begin om je woning klaar te maken voor de toekomst. Er zijn op internet bijvoorbeeld al veel verhalen te vinden van mensen die geen gas meer afnemen in hun woning, en zelfs al een aantal zonder gasmeter (en hoeven dus ook geen vaste maandelijkse kosten meer te betalen voor gas). 


6 stappen voor aardgasvrij wonen 

Tot op heden is er dus nog niks verplicht, maar dat gaat veranderen. Wij hebben voor u alvast een overzicht gemaakt met de belangrijkste stappen om uw woning aardgasvrij te maken. 

1. Bekijk eerst: Hoe is uw woning op dit moment geïsoleerd? 

Hoe is de isolatie van uw woning op dit moment? Veel mensen weten niet precies hoe goed hun woning geïsoleerd is, en dan is het ook niet te zeggen hoeveel er gedaan moet worden om het meest effectief energie/warmte te besparen.  Daarom is de eerste stap altijd om te kijken hoe het zit met uw isolatie. Als uw huis na 2000 gebouwd is, mag u er van uit gaan dat het goed geïsoleerd is. 

Bekijk allereerst de dikte van de isolatie van het dak, de buitenmuren en de vloer van de begane grond (kruipruimte). Bekijk daarna ook het soort glas in uw ramen. In onderstaande tabel kunt u aflezen hoe goed uw isolatie is. 

Isolatiemateriaal in dak, vloer, muren  Ramen  Isolatiewaarde 
0 – 3 cm (Rc* minder dan 1)  Enkel glas  Geen/slecht 
5 – 7 cm (Rc* 1,0 tot 1,7)  Gewoon dubbel glas (geen HR++)  Matig 
8 – 10 cm (Rc* 2,2 tot 2,9)  HR++ glas  Goed 
13 cm of meer (Rc* 3,5 of meer)  Triple glas  Zeer goed 

Bron: MilieuCentraal 

*Rc is de isolatiewaarde. Dikte van materiaal is een makkelijke meter voor de isolatiewaarde, maar er zijn ook dunnere materialen met een hoge Rc waarde. 

Voorlichtingsorganisatie MilieuCentraal heeft diverse checklists om uw isolatie te controleren.

2. Het verbeteren van isolatie in uw woning 

Nadat u stap 1 heeft uitgevoerd heeft u een duidelijk beeld van hoe goed uw huis geïsoleerd is. 

Een bestaand huis heeft in ieder geval de volgende isolatie nodig om volledig aardgasvrij te worden: 

  • Spouwmuurisolatie (Rc ongeveer 1.7) 
  • (Zeer) goede vloerisolatie (Rc 3,5 of meer, vloerverwarming Rc 5 of meer) 
  • (Zeer) goede dakisolatie (Rc 4 of meer) 
  • HR++ glas in ramen van woonruimtes en slaapkamers 

Al deze isolatie zorgt ervoor dat het veel minder energie kost om uw woning te verwarmen. De warmte blijft dan ook beter hangen, wat opnieuw meehelpt aan de vermindering van uw energieverbruik. Bovendien kan u het huis warm krijgen met verwarmingswater van rond de 50 graden; een vereiste om een warmtepomp te kunnen gebruiken. 

In bestaande kozijnen is vaak zonder aanpassingen HR++ glas te plaatsen, soms zijn daar kleine aanpassingen voor nodig. Triple glas past meestal niet. Om eventueel kosten te spreiden kunt u beginnen met het glas in woonruimtes, en later het glas in de slaapkamers vervangen. Denk bij het vervangen van glas en bij nieuwe kozijnen ook aan goede ventilatie. 

3. De noodzaak van goede ventilatie 

Ventileren kost energie, maar dat is echt geen verspilling. Slechte ventilatie kan leiden tot gezondheidsklachten, zoals chronische verkoudheid, hoofdpijn en duizeligheid. 

Natuurlijke ventilatie 

Tot ongeveer 1980 werden huizen gebouwd met natuurlijke ventilatie. Voor gezonde schone lucht in de woning zijn bewoners dan afhankelijk van roosters, klepramen en naden en kieren in huis. Lucht stroomt via deze roosters en naden de woning in, vervuilde lucht stroomt via afvoerkanalen de woning weer uit. Soms is zulke ventilatie echter niet voldoende. 

Als naden en kieren bijvoorbeeld zijn dichtgemaakt om warmteverlies tegen te gaan, vindt er al minder ventilatie plaats. Als de bewoners dan ook nog de roosters dicht houden vanwege de kou, is er sprake van een ongezonde leefomgeving.  

U kan de ventilatie in kamers die u verwarmt verbeteren met een ventilatie-unit die warmte terugwint. In het stookseizoen doet u dan de roosters dicht en gebruikt u de ventilatie-unit. 

Dit systeem zorgt voor veel betere ventilatie, zonder dat daarmee uw energieverbruik omhooggaat 

Mechanische ventilatie 

Verzeker uzelf ervan dat de roosters van de mechanische ventilatie altijd open staan. Als deze namelijk sluiten ontstaat er onderdruk, waardoor er lucht aangezogen kan worden uit de kruipruimte (vocht, schimmels etc.) Bovendien is het zo dat als de roosters dicht staan, er geen goede ventilatie plaatsvindt. Laat dus het ventilatiesysteem altijd aan, behalve tijdens onderhoud of als er een calamiteit is waarbij ramen en deuren gesloten moeten blijven. 

U kan de mechanische ventilatie verbeteren door aanvoer en afvoer van schone lucht automatisch te laten sturen. De kwaliteit van lucht wordt dan gemeten door sensoren, die het systeem vervolgens harder of zachter laten werken. Zo is er altijd een goede balans, en deze vorm van ventilatie bespaart ook energie. Deze manier van mechanisch ventileren wordt ook wel vraag gestuurde ventilatie genoemd. 

4. Controleer uw radiatoren  

Wanneer u de cv-ketel op aardgas gaat vervangen door een duurzamer alternatief, moet u weten of uw radiatoren wel geschikt zijn voor lagere temperaturen. Is dit niet het geval, dan moet u rekening houden met aanpassingen zoals het aanleggen van vloerverwarming of plaatsing van lage temperatuur radiatoren.  

Als u wilt weten of uw huidige radiatoren (of vloerverwarming) voldoende warmte afgeven voor een warmtepomp, zet dan de temperatuur van uw cv-ketel op 50 graden en kijk of het ‘s ochtends snel genoeg opwarmt na een koude nacht. Wanneer het binnen niet snel genoeg opwarmt moet u beter isoleren óf het afgiftesysteem (radiatoren) verbeteren.  

5. Elektrisch koken (inductiekookplaat) 

Een van de laatste stappen van het proces om aardgasvrij te wonen is om te gaan koken op elektra. Hoewel het voor het klimaat niet zoveel uit maakt of u op gas kookt of elektra, is het in ieder geval goedkoper en een goede stap om compleet onafhankelijk van aardgas te zijn. Koken verbruikt namelijk niet zoveel energie, slechts zo’n 3% van uw jaarlijkse gasverbruik is gas waarmee u kookt. 

6. Vervang uw cv-ketel door duurzame verwarming 

Als uw huis voldoende is geïsoleerd en u alle stappen uit deze lijst heeft doorlopen, bent u klaar voor aardgasvrij wonen. Informeer bij uw gemeente naahet warmteplan voor uw wijk. 

Komt er een warmtenet/stadsverwarming? 

Dan heeft u geen warmtepomp nodig en u hoeft hoogstwaarschijnlijk ook uw radiatoren niet aan te passen. 

Komt er groen gas? 

In een aantal wijken komt er waarschijnlijk groen gas (bijvoorbeeld uit biomassa) in combinatie met een hybride warmtepomp. Op deze manier is het mogelijk om je huis voornamelijk met elektriciteit te verwarmen, en gebruik je alleen groen gas als het koud is. 

Komt er geen warmtenet/groen gas/collectieve warmtepomp? 

Dan kunt u de stap nemen naar een volledig elektrische warmtepomp. Dit kunt u combineren met bijvoorbeeld een zonneboiler voor warm water, en infraroodpanelen voor bijverwarming. Wel moet u letten op het zo nodig aanpassen van radiatoren.